U bent hier: Startpagina » Levensloopregeling
Levensloopregeling
Sinds 1 januari 2006 is deelname aan een levensloopregeling mogelijk. Werknemers hebben het wettelijk recht op deelname hieraan. De Levensloopregeling kan als alternatief dienen voor het fiscaal geblokkeerde VUT en pre-pensioen. Ingaande 1 januari 2012 is de regeling gewijzigd. In bepaalde gevallen zelfs beëindigd en er kunnen vanaf die datum geen nieuwe deelnemers meer meedoen. Zie ook hieronder.

Levensloopregeling in de praktijk

Met de levensloopregeling kan een kapitaal worden opgebouwd dat als inkomen kan dienen tijdens onbetaald verlof of als aanvulling op een vroegpensioen. 

Werknemers bepalen zelf of ze aan de levensloopregeling deelnemen. Ook maken zij zelf uit bij welke financiële instelling zij dit doen. Werkgevers zijn bij deelname van de werknemer verplicht om een gedeelte van het salaris over te boeken naar de levenslooprekening van de werknemer. 

De levensloopregeling biedt bij eerder te stoppen met werken fiscaal gezien het meeste voordeel. Ook biedt de levensloopregeling de mogelijkheid om tijdens de loopbaan  - tijdelijk - verlof op te nemen.
 

Verlof opnemen bij levensloopregeling

Aan de levensloopregeling kan onttrokken worden voor de financiering van alle vormen van verlof.

Bijvoorbeeld:

  • Eerder stoppen met werken;
  • Zorgverlof;
  • Studieverlof;
  • Sabbatical Year;
  • Ouderschaps verlof.

 
De duur van een verlofperiode kan zelf worden bepaald binnen het bedrag dat is opgebouwd. Vanzelfsprekend gebeurt dat in overleg met uw werkgever. Opgebouwde rechten worden in het kader van de sociale zekerheid gerespecteerd als het verlof niet meer dan anderhalf jaar duurt.
Bij een langere verlofperiode is de Wet onbetaald verlof en sociale zekerheid niet meer van toepassing. Dat betekent dat de werknemer in deze situatie niet verzekerd is in geval van ziekte, blijvende arbeidsongeschiktheid of werkloosheid.

Alleen als een verlofperiode van langer dan 18 maanden direct voorafgaand aan de pensioendatum wordt opgenomen is dat geen probleem. In andere situaties moet daar terdege rekening mee worden gehouden. 
 

Levensloop sparen gemaximeerd

De levensloopregeling is een individuele regeling. De werknemer kan jaarlijks maximaal 12% van het bruto jaarsalaris inleggen. De 12% grens geldt niet bij een eenmalige inbreng uit afgekochte prepensioenrechten en voor werknemers boven 50 jaar.

In de levensloopspaarrekening mag maximaal een tegoed van 2,1 keer het jaarsalaris worden gespaard. Op het saldo van de  levensloopregeling is de zogenaamde omkeerregeling van toepassing. Over het gespaarde bedrag is geen belasting verschuldigd. De opnames worden wel belast met loonheffing.

Over de inleg zijn wel premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. Het tegoed in de levensloopregeling is fiscaal onbelast en telt niet mee voor het vermogen in box 3.

Voor de levensloopregeling kunnen ook vrije dagen als inleg worden gebruikt. Deze kunnen later als verlof worden opgenomen. Afspraken hierover worden gemaakt met de werkgever.
 

Wijzigingen per 1 januari 2012

Als u in loondienst was, kon u tot 1 januari 2012 met de levensloopregeling sparen voor verlof. Was u op 1 januari 2012 geen deelnemer aan de levensloopregeling? Dan kunt u niet meer gebruikmaken van deze regeling. Was u op 1 januari 2012 wel deelnemer aan de levensloopregeling? Dan is de regeling voor u aangepast.

Hebt u op 31 december 2011:

Kijk voor meer informatie op de website van de Belastingdienst!